|
Voor al degenen die nog steeds niet hebben begrepen wat een Podenco leven in Spanje inhoudt....
Ik ben een Podenco een (half-)windhond
Ik ben geboren in een misselijkmakende kelder ten oosten van Madrid net als mijn broers en zusters. Mijn moeder wordt gebruikt om zoveel baby's te maken dat haar melk niet genoeg is om ons te voeden, ze heeft vuil water om te drinken, ze is uitgeput en ziek.
We horen voetstappen naderen, mam is doodsbang, ze weet dat het de podenquero is om een aantal van ons te selecteren, dat doet hij de hele tijd. De podenquero is een jager die jaagt zonder een pistool, hij laat de windhond achter het konijn aan jagen, vangen, doden en naar hem brengen. Hij heeft niets anders te doen dan wachten tot zijn windhonden terugkeren met hun buit.
Wanneer windhonden te zwak zijn om te jagen, komt de podenquero hen halen en zien we ze niet meer terug.
Dan opent de podenquero de kelderdeur, mama heeft slechte ogen, omdat ze nog nooit zonlicht heeft gezien, we leven in onze uitwerpselen, zonder water of voedsel.
Ik voel dat er iets ergs gebeurt, mam is ook doodsbang, ze vraagt ons om ons te verbergen en niet bang te zijn, maar ze heeft moeite zich te beheersen.
De podenquero is gekomen voor mama, wij, haar zoons en dochters proberen om haar te beschermen, maar de man houdt ons door te schoppen van zich af. We zijn te jong, slechts een paar weken oud, en zijn klappen zijn erg hard. We hebben geen andere keuze dan te zien hoe onze moeder met een touw om haar nek, de podenquero naar het licht moet volgen. Mama probeert zich te verzetten, maar de strop is zo strak dat het haar huid verbrandt. Hij sleept haar mee terwijl hij vloekt en haar slaat.
Er heerst een doodse stilte in de kelder, gehuil van verdriet, pijn en schrik doorbreken de stilte, op het vreselijke en onmenselijke geschreeuw van ons volgt zijn hatelijke gegrinnik. Vandaag is een slechte dag.
In de ochtend neemt de podenquero ons mee naar de jacht, hij neemt ons uit de kelder en we zien iets afschuwelijks: Mama is voor ons, daar, opgeknoopt aan een boom, we hoorden het geschreeuw van pijn toen de man haar ‘s avonds levend verbrandde, ze vroeg hem om medelijden voor alle pups die ze hem gaf.
Het ruikt nog steeds naar benzine wanneer ik dichterbij kom.
In het voorbijgaan, spuwde de man op haar en zei tegen haar: morgen zoek ik een andere hond die zal mij veel betere pups zal geven.
De podenquero wil ons voorbereiden op konijnen jagen, en helaas kunnen we de drang om te eten niet weerstaan, omdat we erg honger hebben, hij slaat ons tot we ons niet kunnen bewegen, noch kreunen. Van sommigen van ons is de kaak gebroken omdat ze zich niet in konden houden om het konijn op te eten, dit is onze straf omdat we zo’n honger hadden. De man zegt dat we honger moeten lijden omdat we dan betere jagers zijn, maar we worden zo zwak.
De podenquero heeft ons opgesloten in de kelder, niets te drinken, niets te eten. Mama, ik huil, ik heb het koud, ik heb honger, je lichaam is bij de vuilnis gegooid.
Ik ben nu 1 jaar, vannacht kwam de podenquero in de kelder en nam mijn zus mee, wat heeft ze gedaan om zo geslagen te worden?
Hij doet een touw om haar nek, we zijn allemaal bang voor haar lot, ze heeft een jaar mogen leven, hongerig en lijdend. Te veel leed, te veel honger, zij is niet loops geweest en niet in staat om pups te krijgen, overbodig en een mond teveel te voeden.
Een doodse stilte wordt verbroken door haar kreten van pijn, bevestigd aan een boom, opent hij haar buik.
En zij..zij drinken bier, ze dansen en zingen. Voor hen is het een feestdag, de moord op mijn zus herstelde de eer van de podenquero.
Ik, ik wil schreeuwen om mijn verdriet, schreeuwen om wraak maar ik moet mijn krachten behouden om te overleven.
Vandaag is weer een dag van onheil.
Ik ben nu 2 jaar oud, ik zag de podenquero velen van ons martelen, vermoorden en verbranden. Mijn broer heeft slecht gejaagd en de man heeft hem zo erg geslagen want hij was zo woest, dat hij niet meer de kracht heeft om te kreunen. Hij nestelde zich tegen mij voor de warmte, zijn lichaam is zo dun dat het lijkt dat hij veel sneller verouderd is dan ik, en ik voelde zijn adem verzwakken, hij wacht op de dood net als wij allemaal. Hij draait zijn hoofd naar me toe en in een laatste blik, met een laatste zucht neemt hij afscheid van mij, het is over voor hem, hij beweegt niet meer. Ik wil niet op zo’n manier sterven, het is geen leven !!!!!!!!
Nog een dag van een ontmoeting met de dood.
Ik heb de hele nacht een manier proberen te vinden om te vluchten voordat ik hier sterf, en in de ochtend, toen hij ons meenam om op konijnen jagen, rende ik en rende en zal ik nooit meer teruggaan, de podenquero doodde mijn moeder, mijn broer, mijn zus, en ook veel van mijn vrienden. Ik ben gevlucht voordat het mijn beurt was, ik ben vrij.
Maar er is niemand om mij te helpen, ik slaap onder de sterren, ik heb problemen met het vinden van voedsel, de dorpelingen achtervolgen mij in plaats van dat ze me eten geven, ik heb ook het dorp moeten ontvluchten, waar ik geboren ben.
Ik ben nu zo zwak dat ik nauwelijks kan lopen, ik heb heel erge honger, ik ben erg dorstig - Is dit de prijs van vrijheid? Hij gaf me een stuk brood een of twee keer per week, nu heb ik niets. Ik vond toevlucht in een oud huis, hier is het veiliger, maar ik heb honger, zo’n honger.
Ik hoor voetstappen naar me toe komen, iemand pakt mij. Ik ben zo zwak. Ik heb geen kracht om te vluchten. Een hand raakt me aan, wanneer zal het me slaan?
Ik plas op mezelf en ik beef van angst, ze heeft een zachte stem en neemt me in haar armen mee uit mijn schuilplaats.
Ik ben minder angstig, wanneer ze met haar hand over mijn dunne lichaam aait, zou het een liefkozing zijn?
Ik weet het niet maar het is zacht.
Haar stem was geruststellend, ze zei dat ze zal mij helpen, ik moet niet bang zijn, maar ik kan het niet helpen, ik blijf maar beven.
Ik ken de zachtheid van een stem niet, ik weet niet wat knuffels zijn. Maar het voelt zo goed...
Mijn verhaal, die kent ze niet, maar ze weet dat ik veel ben mishandeld en ze begint te huilen.
Buiten zijn de dorpelingen onverschillig over mijn redding, voor hen ben ik een Podenco niet meer geschikt voor de jacht en daarom niet waard om nog in leven te blijven.
Het is nu een paar maanden later sinds ik in een asiel kwam, ik eet beter, ik heb geen klappen meer gehad maar ik ben opgesloten in een hok en kan niet meer rennen.
En op een dag, kwamen podenqueros om mij te stelen, ik was heel bang, maar ontving geen klappen, ik gehoorzaamde, ik volgde deze mannen die mij meenamen.
HORROR! Ze binden mij vast en hitsen de honden tegen me op, hun beten doen me veel pijn, ik probeer mezelf te verdedigen, maar hun tanden scheuren mijn huid open.
Ik ontvlucht na twee dagen van hardnekkige gevechten en ik loop naar het asiel waar ik me zo goed voelde, ik kreeg niet genoeg te eten om mijn honger te stillen, maar ik werd niet geslagen. Zij, zij houdt van me, Zij is zacht, Zij is aardig. Zij ontvangt me en verzorgt mijn verwondingen, zij verbergt me opdat podenqueroS terugkomen om me te zoeken. MEN MOET ME REDDEN, SNEL!!!!!
Een auto komt, ik kan ze niet zien, maar ik hoor ze praten over mij. De vrijwilligster van het asiel komt me halen, ik ben angstig, zij neemt me mee maar waarheen?
Zij vertrouwt me aan een vrijwilliger van L’EUROPE DES LEVRIERS toe: een opvanggezin wacht op me in een land waar men van de Spaanse windhonden houdt, Frankrijk. Ze zei dat ik er veilig zou zijn.
In de auto, plaatst zij me aan de achterkant waar het zacht is!!! Ik ben aan de hardheid van het cement gewend.
De vrijwilligster van het asiel komt niet mee, zij zei tegen me dat zij andere windhonden moest helpen die aankomen, zij huilt en omhelst me een laatste keer.
De auto gaat weg, ik kijk naar haar en ik huil ook.
De nieuwe dame spreekt zacht tegen me, ik vertrouw haar, ik ben minder bang. Ik vindt het fijn om uit het raam te kijken naar de landschappen die voor mijn ogen voorbijschuiven. Het is zo ver dat land van de vrijheid!
Die avond gaat ze een huis binnen, maar ik ben buiten blijven wachten, dan vraagt ze mij om met haar dat huis binnen te gaan. Ik ben nog nooit in een huis geweest, het is verboden, het is alleen toegestaan voor huisdieren. Ik ben een jachthond die bij mensen niet naar binnen mag.
Ze trok me naar binnen met een riem en een halsband die geen pijn doet, niet zoals staaldraad. Het interieur is schoon en ruikt lekker. Ik ben ongemakkelijk, ik ben bang om geslagen te worden, ik heb niets te zoeken in een huis, ik weet niet waar ik heen moet gaan, er is geen cement om op te slapen.
Ze duwde me op de bank, ik weet niet wat het is, het is comfortabel maar zeer zacht. Waar is het cement?
Ze geeft me brokken te eten, het is zo lekker en ik heb zo’n honger, ik verslind het. Ik die slechts het droge brood heb gekend: ik heb alles opgegeten!
Ik verberg me, ze zal me slaan! Ik ben bang!
Zij maakt me schoon en streelt me. ZONDER ME TE SLAAN!!!!! Haar zachte stem stelt me gerust, zij vertelt me om langzaam te eten, er zal nog elke dag genoeg zijn. Is dit het paradijs??
Ik ben nu 2,5 jaar, ik ken noch de honger, noch de dorst, noch de slagen, noch de opsluiting zonder zonlicht. Ik heb een maand nodig gehad om te leren om met een bal te spelen, wat een plezier.
Zo, het is nu 5 maanden geleden dat ik hier bij mijn adoptieouders ben aangekomen, ik heb een grote tuin waarin ik gaten maak (mijn baasje is hier niet erg gelukkig mee, hij maakt de gaten weer dicht!). Mijn bed wordt vaak veranderd, mijn dekentje vervangen en gewassen, maar ik verkies dat het naar mijn geur ruikt! Het is van mij!!!! Ik word aan de lijn uitgelaten, ik ontmoet andere honden, andere aardige mensen. Ik ben trots om een grote Podenco te zijn.
Er zijn ook katjes aangekomen, ik heb zin om ze achter na te lopen, maar mijn bazinnetje verbiedt me het en dan gehoorzaam ik. Ik begin naar voorbijgangers te blaffen, ik hou van de kinderen, IK BEN GELUKKIG.
Maar 's nachts droom ik van Mama, mijn broer, mijn zus, ik ruik nog steeds de walgelijke geur van de kelder. Ik huil niet meer maar ik weet dat de podenquero zijn afschuwelijke wandaden voortzet en ik beef er nog van. Ik zeg BEDANKT:
Aan de vrijwilligers van het asiel Aan de vrijwilligers van de stichting Aan mijn opvanggezin Aan mijn aangenomen familie Aan u allen, MIJN REDDERS zonder wie ik vandaag gestorven zou zijn
ROCKY
Bron: http://aide-aux-levriers-espagnols.over-blog.com/article-35657533.html
|