|
Een artikel van Karin Dohrmann vertaald en aangevuld met foto- en videomateriaal. Voor de drijfjacht wordt onder andere gebruik gemaakt van de Podenco Andaluz Talla Grande, Podenco Ibicenco, Podenco Campanero en allerlei Podenco kruisingen. De huisvesting en zorg voor deze honden is vaak slecht. In de video's kunt een Rehala roedel tijdens de jacht op wilde zwijnen in actie zien, nogal bloederige beelden dus niet voor iedereen geschikt..
De Monteria, de Spaanse jacht op groot wild, is een tradionele geliefde meutejacht. Terwijl in het noorden van Spanje deze jacht in grote gebieden met meer dan 1.000 hectare gedaan wordt, wordt in het zuiden de Monteria op een door een hek afgescheiden terrein geëxploiteerd, op particulier terrein of gemeentegrond. Er nemen, afhankelijk van de grootte van het terrein, 50-150 schutters deel, die voor hun deelname een bedrag als gastjager betaald hebben en daarvoor een schietplaats krijgen toegewezen. Het wild (herten, damherten en wilde zwijnen, moeflon) worden in de richting van de schutter met grote hondenmeutes gedreven. Deze roedels zijn samengesteld uit 20 tot 40 honden en worden 'Rehala’ genoemd. Ze worden geleid door een Rehalero en zijn helpers. Afhankelijk van de omvang van de jachtgebieden worden zo’n 5 Rehalas ingezet, in grote gebieden kan dat oplopen tot 30 Rehalas.
Het is heel verbazingwekkend, de diversiteit van rassen en mixen die in een roedel worden samengevoegd. Kern van de meeste roedels zijn groot gebouwde Podenco’s (bijv. Podenco Andanluz Grande), die ook in de mengsels met jacht-, herders - evenals berghonden, hun kwaliteiten laten blijken. Bij de Monteria worden snelle loop- en speurhonden zoals Podenco’s en jachthonden als vinder gebruikt. Uit de roedel komen dan de pakkers naar die plek, die de zwijnen grijpen en vasthouden, totdat de Rehalero het met een mes kan doden. Als een wild zwijn in de klauwen van een van deze honden is, dan stort meestal de hele roedel zich op het wild. Als pakkers worden graag Alano, Dogo Argentinos, Dogo Canario, maar ook Mastin Espanol of de Mastin del Pirineo gebruikt. Ter verbetering van de snelheid graag met de Podenco, jachthond of herdershond gemixt. Het is opvallend dat de voorkeur uitgaat naar lichtgekleurde honden (witte of beige met oranje of bruine vlekken) en dat zelden bruine of geheel donkere honden worden gehouden in Rehalas. Er bevinden zich Podencokruisingen met een Brak, Spinone, Griffon in de roedel, maar ook herdershonden als de Gos d’Atura.
Voor een Rehalero is niet het zuivere ras van de hond van belang, maar zijn jachtbekwaamheid, uithoudingsvermogen en wild focus. Menig Rehalero weet precies wat voor soort jacht bekwaamheden ze voor hun roedel willen en zoeken hiervoor mixen van overeenkomstige rassen uit de Podenco Ibicenco, Podenco Andaluz Grande met jachthonden, zoals de Franse Brak of Pointers, maar ook met Beagles, Fox- jachtterriër, de Duitse korthaar, Duitse Boxer, Rottweilers en Bull terriers, hebben ze geëxperimenteerd. En zo is het niet verwonderlijk dat bij de dierenbescherming, het altijd wit, zwart-wit of bruin-wit grote honden zijn die opduiken, en dat van hun verleden vaak weinig bekend is, omdat ze meestal door de dierenbescherming op het platteland zwervend werden aangetroffen. Er wordt gezegd dat de zwarte schapen onder de Rehaleros zelfs honden uit de Perreras (opvangcentra) halen en ze vervolgens na het jachtseizoen weer terugbrengen De honden worden meestal met aanhangwagens naar de jacht gereden. De pakkers worden normaal gesproken apart vervoerd, omdat hun scherpte door de stress van de beperkte ruimte voor de andere honden fataal kan zijn. Eenmaal op het terrein aangekomen, worden de honden uit de aanhangwagen gelaten en verzamelen zich rond hun Rehalero. Hij stuurt door te roepen de honden erop los, geeft altijd wederom een gil ter oriëntatie voor de drijvende honden en verzamelt op het einde van de jacht de honden om hem heen door te blazen op een hoorn.
Video's Rehala jacht op wilde zwijnen:
In Spanje wordt ook de huisvesting van de roedel Rehala genoemd, en dus heeft de term Rehala dezelfde betekenis als in Duitsland, namelijk jacht kennel. De accommodatie kan zeer verschillend zijn. Het kan zijn dat de honden worden vastgebonden aan een ketting die ervoor zorgt dat de honden niet vechten voor voedsel, zodat elke hond rustig zijn toegewezen voedsel kan opeten. Honden van dergelijke Rehala zijn vaak opgegroeid in een rustige sociaal verband en hebben geen problemen met hun eigen soort. Maar er zijn ook hokken waarin de honden buiten de jacht opgesloten worden. Vaak slecht verzorgd, leven ze daar eenzaam in de steek gelaten in hun eigen uitwerpselen. Daar is het niet ongebruikelijk dat de honden in een gevecht over voedsel, territorium, of om een loopse teef gewond raken. Daar kunnen schurft, hondenziekte en andere besmettelijke ziekten zich ongecontroleerd verspreiden. Niet zelden leven honden op zo’n manier dat de dood van een soortgenoot in tijden van crisis als voedsel moet dienen. Honden van dergelijke Rehalas laten paniek- of afweergedrag in contact met andere honden zien, die herinneren hen aan de beulen in hun roedel. Sommigen hebben zo’n zeer sterk afweergedrag aangeleerd in contacten met andere honden, dat zij tegen elke hond gelijk de strategie van "afweer is de beste verdediging" aannemen. In een dergelijk slecht functionerende Rehala hebben de honden meestal weinig of helemaal geen, of hele slechte ervaringen met mensen, vooral mannen gehad. Ze tonen dan zeer defensief of wantrouwend gedrag tegenover mannen in het algemeen. Wanneer bij het benaderen van een man hun angst wordt vergroot en ze in een hoek worden gedreven, kunnen ze happen of zelfs overgaan tot echt aanvalsgedrag. Net als bij de mens, ligt het aan de hondenpersoonlijkheid, hoe snel en goed hij zijn verleden kan overwinnen. De een kan in een veilige omgeving met liefdevolle begeleiding en duidelijke structuren zeer snelle positieve veranderingen laten zien, de ander heeft zelfs na een hele lange tijd nog veel last van zijn traumatische ervaringen. Aan de andere kant hebben roedelhonden uit goed beheerde Rehalas nauw samengewerkt met mensen, die hebben commando’s geleerd, en kan men vertrouwen in de toekomst onder leiderschap aan de zijde van de mens. Desalniettemin moet men bij een hond met dit uiterlijk de eerste tijd rekenen op uitgesproken jachtgedrag, en zullen zich ook niet schromen om op wild af te gaan. Hiervoor werden ze uiteindelijk gefokt. Maar ook zoveel honden uit een Rehala hebben mensen met een heel ander gedrag verrrast - slechts licht jachtgedrag, gemakkelijk aanspreekbaar bij het vrij lopen en vol van levensvreugde en genegenheid in de omgang met mensen en dieren.
|