|
Land van herkomst: Spanje Register: RSCE (de Podenco Andaluz wordt niet herkend door de FCI) Geschiedenis van het ras Podenco Andaluz: Alle rassen van het Middellandse Zeegebied, de halfwindhonden (honden met opstaande oren die jagen op zicht en op snelheid) lijken een gemeenschappelijke oorsprong te delen in de oude Egyptische honden, verspreid over de Middellandse Zee door handelaren uit de oudheid. De voorouders van de Podenco Andaluz waren hierop geen uitzondering, die zijn meegekomen met de Phoeniciërs op hun reizen naar de Zuid-Spaanse regio Cadiz. Terwijl de voorouders van de meeste andere mediterrane honden, met opstaande oren die jagen op zicht en op snelheid, aantoonbaar geïsoleerd bleven en dus mogelijk de rechtstreekse afstammelingen zijn van de oude Egpytische honden, gebeurde dit bij de Podenco Andaluz niet. Spanje is in heel haar geschiedenis vaak binnengedrongen door andere culturen, die op hun beurt honden meebrachten naar Spanje. De Moren in het bijzonder zouden invloed hebben gehad op het huidige ras (Podenco Andaluz) met de toevoeging van primitieve soorten uit Afrika. Ondanks zijn lange geschiedenis, heeft de Podenco Andaluz pas onlangs de aandacht getrokken van de hondenshow wereld met de nationale erkenning door de Real Sociedad Canina de España.
Voorkomen: De Podenco Andaluz is een compact ras met opstaande-oren, halfwindhonden (jagen op zicht en snelheid) die voorkomen in drie verschillende maten en vachten. De maten zijn: - Groot (Podenco Andaluz Talla Grande): reuen 54 tot 64 cm, teven 53 tot 61 cm. Beide geslachten variëren in gewicht van 21 tot 33 kg. - Medium (Podenco Andaluz Talla Mediana): reuen 43 tot 53 cm, teven 42 tot 52 cm. Beide geslachten wegen 10 tot 22 kg. - Klein (Podenco Andaluz Talla Chica): reuen 35 tot 42 cm, teven 32 tot 41 cm. Beide geslachten wegen 5 tot 11 kg. Drie soorten vachten: Alle drie variëteiten hebben geen ondervacht. Het haar op het hoofd en benen van zowel de ruwharige en langharige Podenco Andaluz is korter dan die op de rest van het lichaam. - Ruwharige type: sterk haar en 3,5 tot 6 cm lang. - Langharige type: haren die zijdeachtig zijn en 6 tot 10 cm lang. - Korthaar type: haar dat glad is, dicht opeen, hard en 1 tot 3 cm lang. Kleur: De Podenco Andaluz wordt gezien in verschillende tinten wit, kaneelkleurig in verschillende tinten, of wit en kaneelkleurig. Hoofd: Het hoofd is middelgroot, afgeronde vorm achter. De schedel is langer dan breed; vlak, met een weinig duidelijke en gladde stop. Snuit: De snuit is korter dan de helft van de lengte van het hoofd. De breedte en diepte van de snuit zijn ongeveer gelijk.
Neus: De middelgrote neus is rond en honing van kleur. Kaken en tanden: Vorm van de kaak: de kaak is goed ontwikkeld, sterke kaken, geleidelijk toelopend, robuust en krachtig. Aantal en de kenmerken van de tanden: 42 stuks en goed ontwikkeld. Positie van de snijtanden in perfecte oppositie. De beet in een schaar of pincet (bij voorkeur met een schaar). Ogen: De kleine, afgeronde ogen gezien vanaf de voorzijde, kunnen elke teint van honing- of hazelbruine kleur hebben. Een vooraanzicht van levendig en intelligent. Iris kleur varieert tussen de verschillende nuances van honing en hazelbruin.
Oren: zijn midden ingesteld, breed aan de basis, driehoekig van vorm met stompe tips, en opstaand. Hals: De middelgrote, rechte hals krap is en vormt een vijfenveertig graden hoek met het lichaam. Lichaam: De borst is vrij diep en bezit iets gebogen ribben. De rug is recht, kort en heel breed. Benen: De benen zijn lang, gespierd, recht en evenwijdig. Voeten: De voeten zijn strak en rond, met tenen die zo weinig gebogen zijn dat ze vrijwel recht lijken. De grote, sterke nagels zijn bruin of wit van kleur. Staart: De laag gezette, medium dikke staart dient niet tot de hakken te komen. De staart mag nooit kort zijn. In beweging wordt de staart omhoog gedragen min of meer in de vorm van een maan. In rust wordt de staart naar beneden gedragen in de richting van de hakken in de vorm van een sabel.
Spiermassa: zeer ontwikkeld. Persoonlijkheid en gebruik: De Podenco Andaluz wordt beschouwd als een specialist in de jacht op hazen en wilde zwijnen, toe te schrijven aan zijn natuurlijke instincten, opmerkelijke reukvermogen, en overvloedige uithoudingsvermogen. Dat wil niet zeggen dat dit alles is waar dit ras tot in staat is. De Podenco Andaluz zou ook kunnen dienen als een retriever, zowel op het land, en in het geval van eenden in het water. Het is een hond geboren om te jagen, met een uitstekend reukvermogen en zeer resistent tegen vermoeidheid, is nergens bang voor, methodisch en snel in het zoeken, blaffend terwijl ze haar prooi achtervolgt. Het is een hond met een hoge intelligentie, nobel, sociaal, en is altijd alert. Als een metgezel is de Podenco Andaluz erg aanhankelijk, onderdanig, en loyaal naar zijn familie, maar onrechtvaardige straf zal deze band doorbreken.
|